H. Meijer Groothandel Import Diervoeders en Benodigdheden
 
Menu
Home
Artikelen
Forum
Agenda
Links
Gastenboek
Zoeken
Contact
Login
Gebruiker

Wachtwoord

Herken mij
Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak een account aan

Satinet, iets meer. PDF Print E-mail
Kleurkanaries
Bijgedragen door Rob Kristel   
zaterdag, 29 maart 2008
Satinet, iets meer.


Satinetwit (Foto: Fr. Begijn).

Tijdens een keuring in 1968 te Schiedam in Nederland, ontdekte keurmeester A. Blondeel uit Hoogvliet enkele gepigmenteerde kanaries met zuivere rode ogen. De kleur van de vogels leek op isabel met rood, maar de oogkleur was opvallend omdat het totaalbeeld niet overeenkwam met de toen bekende roodogen uit de phaeoserie of inoserie. (uit “Kanaries” van Henk van der Wal, 1997.)
In eerste instantie ging de factor door het leven als de 3e reductiefactor (na de agaat- en pastelfactor) maar werd al snel door Brokmeier uit Den Haag omgedoopt tot satinet die deze naamgeving uit de duivensport had.

Nadat ik in september 2001 op de Technische Dag van de V.v.N.K. had kennis gemaakt met de satinetgeel intensief, wist ik het wel behoorlijk zeker. Deze kleur wilde ik ook wel eens kweken. Samen met een Amsterdamse vogelvriend toog ik januari 2002 naar België om bij Theo van de Gaer wat satinetten aan te schaffen. Helemaal wat ik wilde hebben had hij niet meer, maar ik ging toch naar huis met een prachtige satinetgeel schimmel man en wat bruine poppen. Volgens Theo werden de beste satinetten toentertijd gekweekt uit bruin vanwege de sterkere melanine (ten opzichte van isabel). Ook bij Jack Visser uit Schagen kocht ik wat bruine poppen. Het kweekseizoen verliep redelijk goed, de bruine poppen van Jack werkten voorspoedig mee aan mijn toenmalige droom van de mooiste satinet van Nederland. Na de jeugdrui bleek ik onder andere een aantal behoorlijke bruine mannen –splitsatinet- gekweekt te hebben. Een aantal schimmels maar toch ook één intensieve die op de shows rond de toren op nooit minder dan 91 punten hoefde te rekenen. Op het district moest hij onder druk van de niet splitsatinet concurrenten van Jack genoegen nemen met 89 punten. Voorzichtig probeerde ik wel eens een satinetpop op een show, al was het alleen maar om te zien of de roodoogjes daar extra problemen mee hadden. Dat laatste leek nogal mee te vallen. Ondertussen moest ik wel even nadenken welke kant ik met m’n satinetten op zou gaan, uiteindelijk was alles wat ik nu had gekweekt familie van elkaar. Vrijwel zeker was het niet verstandig om in dit stadium bij de roodoogjes al in familieverband te gaan kweken. Ik moest de boer dus weer op voor ander materiaal. Bij de toenmalige voorzitter van de V.v.N.K. -Ronald van Vlasselaar- schafte ik me een intensieve isabelgeel man split satinet aan. In het gesprek dat ik met hem rond de aankoop had viel me iets speciaals op. Volgens Ronald (en hij kweekte een behoorlijke hoeveelheid satinetten van goede kwaliteit in die tijd) was een satinet afkomstig uit bruin of isabel altijd genetisch isabel.

Daar zat ik dan met m’n goede fatsoen. Student aan de opleiding voor keurmeester kleurkanaries bij de N.B.v.V. en geen wijs weten met deze mededeling. Had ik het lesboek misschien niet goed begrepen? Had Ronald het misschien bij het verkeerde eind? In ieder geval, de terugreis van Geel naar Almere duurde veel tekort om tot een oplossing te komen. Kweekseizoen 2003 nam een aanvang en de isabel splitsatinet man van Ronald werd onder andere gekoppeld aan de satinetpoppen die ik uit de bruine poppen van Jack Visser had gekweekt. Aangezien ik het lesboek van de cursus plus nog wat andere boeken er nog eens op na had geslagen leek het me duidelijk dat de te gebruiken satinetpoppen genetisch bruin waren en dat ik dus ook bruine nakomelingen zou moeten kweken. Uit deze isabelman kweekte ik echter alleen satinetten en isabellen. Zolang je geen 100 nakomelingen uit zo’n koppeling kweekt heb je niet echt zekerheid, maar een vingerwijzing mag je het wel noemen. Ik moest dus voorzichtig concluderen dat de satinetpoppen ondanks dat ze uit bruin waren gekweekt, niet genetisch bruin meer waren. Daar zat ik dan wederom met m’n goede fatsoen.

Inmiddels had ik via internet kennis gemaakt met Jean Kenens, keurmeester bij de K.B.O.F. en kenner van de theorie rondom onze kleurkanaries. Volgens Jean was een satinet niet genetisch bruin of isabel, ze was satinet of opgebleekt satinet. Van opgebleekt satinet had ik nog nooit gehoord (in het boek “Prietpraat over kleurkanaries” van Jan Kuiper kunt u enkele kleurenfoto’s van opgebleekte satinetten zien). Abacadabra, ik kon er niks mee. Jean stuurde me een artikel over de satinet, geschreven door Jacky Beliën. Ook al keurmeester kleurkanaries bij de K.B.O.F. Om eerlijk te zijn; het heeft heel wat maanden geduurd voordat ik voor het eerst het einde van het artikel haalde. Keer op keer las ik het weer en weer. Stukje voor stukje ging het me langzaam dagen zonder dat ik op enig moment tot de conclusie kwam dat ik het helemaal begrepen had. Op aandrang van Jean ben ik op zoek gegaan naar het boek van Frans Kop. Zijn benadering komt sterk overeen met die van Jacky (of andersom). De schrijfstijl van Kop is wel gemakkelijker leesbaar voor een Nederlander dan die van Jacky. Groot probleem was de totaal verschillende schrijfwijze van onze vogels in formule die voortkomt uit een andere benadering van de factoren. Ter verduidelijking de verschillen in schrijfwijze:

Veerkamp:
z+    zwartfactor (zwartserie vogel)
z      bruinfactor (bruinserie vogel)
rb niet werkende 1e reductiefactor
rb    eerste reductiefactor (agaat of -in combinatie met bruin- de isabel)
pb+ niet werkende satinetfactor
pb   satinetfactor

Beliën: (rf = reductie eu- en phaeomelanine)
Zrf0 = zwart
zrf0 = bruin
Zrf1 = agaat
zrf1 = isabel
Zrf2 = opgebleekt satinet
zrf2 = satinet

Mutavi:
b+ Ino+   zwart
B Ino+     bruin
b+ inoag agaat
B inoag   isabel
b+ ino     opgebleekt satinet
B ino       satinet

Kop:
Z+ C  zwart
zb C+   bruin
Z+ c  agaat
zb co    isabel
Z+ cs    opgebleekt satinet
zb cs    satinet

Zoals we kunnen zien gaan we er in de formulering naar Veerkamp vanuit dat de satinetfactor een factor is als alle anderen. Je zou satinet als extra bij iedere factor aan of uit kunnen zetten.

Zwart/zwartopaal, de zwartopaal blijft genetisch zwart.
Agaat/agaattopaas, de agaattopaas blijft genetisch agaat.
Bruin/bruineumo, de bruineumo blijft genetisch bruin.
Isabel/isabelpastel, de isabelpastel blijft genetisch isabel.

Opgemerkt dient te worden dat zowel in de “handleiding voor de kleurkanariekweker” (1967) als in het in 1971 verschenen boekje “kleurkanaries kweken kunt u ook” Veerkamp met geen woord rept over de satinet. Blijkbaar was de satinet in 1971 nog te nieuw om besproken te worden.

z rb+ pb = (bruin) satinet               z rb+ rz = (bruin) pastel

Tevens gebruiken we de letters pb als afkorting voor “phaeomelanine beletter”. Deze vlag dekt zoals we nu wel weten de lading niet geheel. Natuurlijk is de satinetfactor een beletter van phaeomelanine, maar zeker ook van eumelanine. De rode ogen van een satinet is daarvan een bevestiging (in het netvlies komt alleen eumelanine voor, geen phaeomelanine dus). Bevestiging voor deze stelling is ook dat de eumelanine van satinetten in de zwarteumelaninereeksen zwart en agaat zeer sterk gereduceerd wordt (er blijft amper bestreping over).

Kop, Mutavi en Beliën gaan er vanuit dat de satinetfactor –net als de agaatfactor- albinofactoren zijn. Albinisme bestaat uit 5 factoren die gecontroleerd worden door een gen met 5 allelen. Dat we er niet meer dan 3 kennen (wildkleur-agaat-satinet) is het resultaat van een door standaardeisen gedirigeerde voorkeur (Kop 1986). Met ingang van het vraagprogramma 2007 hebben we echter wel de mogelijkheid om dergelijke doorgeselecteerde kweekproducten op de shows ter beoordeling aan te bieden of aangeboden te krijgen.
Alhoewel de formuleringen van Beliën en Kop ook hout snijden zal ik toch vanaf nu verder gaan met de schrijfwijze van Mutavi, simpelweg omdat je:
A. ergens voor moet kiezen
B. Mutavi een min of meer internationaal erkende wijze van formulering hanteert
C. de formulering naar Veerkamp voor wat betreft de satinetfactor onbruikbaar lijkt.

b+ ino = opgebleekt satinet (satinet in de zwarteumelaninereeks)
B ino = satinet (bruineumelaninereeks)

Na het tentoonstellingsseizoen 2003-2004 heb ik de satinetten verkocht om plaats te maken voor andere kleurtjes alhoewel ik het satinetgebeuren voor mezelf nog niet had afgerond. In 2004 en 2005 derhalve geen satinetten in m’n kweekkooien totdat ik in 2005 van Désiré Noël (secretaris V.v.N.K.) een mailtje kreeg waarin hij gewag maakte van een soort satinetachtige vogel in een nestje voor de agaatpastelkweek. In eerste instantie dacht hij met een volkomen albino te maken te hebben maar dat bleek toch niet waar te zijn. De deal was snel gemaakt, het beestje mocht gratis verkassen naar Almere. Tevens organiseerde Désiré een bruinwitte man –splitsatinet- bij Luc DeRoeck voor me.


   Juffrouw Satinet.                       De bruinwitrecessieve man.

Toen ik de satinetachtige vogel voor het eerst zag viel me op dat ze inderdaad rode ogen had, vleugel- en staartpennen vrijwel zonder een spoor van eumelanine, vrijwel geen zichtbare bestreping en grijsachtige onderdons. Witdominant met behoorlijk gele vleugelpennen. Tevens was ze witrecessief verervend.
De bruinwitrecessieve man was satinetverervend. Kweekseizoen 2006 ging voor de agaatsatinet (die inmiddels was omgedoopt tot Juffrouw Satinet) voortvarend van start. Tot het maken van een nest en leggen van eitjes ging alles prima, voor broeden had ze blijkbaar geen tijd. Af en toe zat ze er wel eens op, maar ’s nachts zat ze op stok. Van het eerse legsel kon ik toch de eitjes redden door deze bij een bruine pop onder te brengen die op een onbevrucht legsel zat. Uit dit eerste legsel kwamen twee satinet geelmozaïek poppen, een bruinwitdominante pop en twee zwartwitrecessieve mannen.



                            Het 1e nest 3 dagen oud                             en 18 dagen oud.   

   
            Zwartwitrecessieve man split satinet,              Het 2e nest 19 dagen oud.
                              9 weken.


Aangezien ze toch niet ging broeden legde Juffrouw Satinet nog maar wat eitjes, weer van de bruine man. Resultaat; twee bruinwitrecessieve poppen en een satinetwitrecessief pop. Frappant was dat ik uit deze koppeling dus al acht jongen had, drie satinetpoppen, drie niet satinetpoppen en twee niet satinetmannen. Alhoewel acht jongen uit één koppel geen basis zijn voor een wetenschappelijk onderbouwd verslag vond ik enkele zaken toch frappant:

1. mannen, twee van de acht die beide slechts satinetverervend waren (agaatsatinet van moeder)
2. poppen, zes van de acht waarvan de helft satinet was.
Voorzichtige conclusies die ik trok waren dan ook:
A. jonge mannen kunnen uit deze koppeling pas ontstaan na crossing-over van agaat (satinet) x bruin. Misschien is deze barriére te groot om een 50/50 verdeling mannen/poppen te garanderen.
B. Misschien is het niet mogelijk om in één vogel de opgebleekte satinet (satinet uit de zwarteumelaninereeksen) te combineren met de normale satinet (satinet uit de bruineumelaninereeksen). Dat zou een primaire verklaring kunnen zijn voor het feit dat ik geen volle satinetman (nen) kweekte en tevens een secundaire reden voor de onevenredige verdeling mannen/poppen.

Op aanraden van Jean Kenens plaatste ik ook nog eens een zwartgele man bij Juffrouw Satinet. Hieruit zouden alleen zwartreeks jongen geboren kunnen worden, misschien een optie om in een later stadium eens te proberen opgebleekte satinetten te kweken met bestreping. Uit deze koppeling kweekte ik vier jongen, twee mannen en twee poppen. Aangezien de vader een zwaarbestreepte Spaanse man was, waren ook de jongen behoorlijk goed bestreept. Alle vier zwartwitdominant. De mannen waren zeker verervend voor opgebleekt satinet terwijl mannen en poppen mogelijk witrecessief verervend waren. Van de laatste koppeling verdwenen een man en een pop naar Jean, hij zou ook proberen om wat vorderingen richting de opgebleekte satinet –met bestreping- te maken.
De kweekproducten uit de koppeling bruin splitsatinet x Juffrouw Satinet gingen alle kanten op. De drie satinetpoppen waren zeer goed bestreept (de witte heb ik 3 x gespeeld, twee keer 92 en een keer 91 met de opmerking dat de melanine niet donkerder moest worden) en zijn naar een satinetkweker in de buurt gegaan. De bruine poppen zijn naar diverse liefhebbers vertrokken, van de twee mannen is er een op 5 maanden oud overleden, de tweede heb ik aangehouden voor het volgende kweekseizoen.

In hetzelfde kweekseizoen werd in België ook een satinetexperiment gehouden. Satinetmannen die uit een jarenlange kweek van satinet uit bruin kwamen, werden gekoppeld aan agaatpoppen. Volgens de initiatiefnemers zou bruin x agaat dus via crossing over zwarte mannen opleveren. Aangezien alle zoons uit deze koppelingen agaatvogels waren kwam men tot een eerste voorzichtige conclusie dat de gebruikte satinetmannen geen “bruinsatinetten” waren maar “isabelsatinetten”. Dit terwijl er uit die zogenaamde “isabelsatinetten” in vele jaren nog nooit echte isabellen werden geboren. Aangezien ik uit de koppeling bruin (satinetverervend) x opgebleekt satinet (uit agaat) wel zwarte mannen had gekweekt was de conclusie snel gemaakt dat de niet satinet (in mijn geval de bruine man) het fenotype van de niet satinet nakomelingen bepaalt. Te verklaren door de koppeling nog eens te overlopen:
bruin (B Ino+) x opgebleekt satinet (b+ ino) zou na crossing-over een zoon geven die fenotypisch zwart (b+ Ino+) is. Daarbij heeft deze vogel (voor wat betreft de geslachtsgebonden melanine factoren) onder de streep de B van vader en de ino van moeder meegekregen. Daarbij is deze man dan ook opgebleekt satinet verervend (b+ ino) maar ook bruin verervend zou zijn (B ino) verervend, domweg omdat de kruislingse mogelijkheden in deze combinatie van factoren mogelijk zijn. Of deze man ook agaat (inoag) en daarmee dan ook isabel zou kunnen vererven was afhankelijk van het feit in hoeverre de 1e reductiefactor van Juffrouw Satinet was aangetast. Met andere woorden, kan een pop (Juffrouw Satinet) op haar Z chromosoom de ino en de inoag factor herbergen.
Het experiment in België was andersom van start gegaan, daar was men vertrokken met agaatpoppen (de niet satinet) waarvan dus al reeds de 1e reductiefactor werkzaam was (b+ inoag). De satinetman (uit bruin) leek dus wel die niet werkzame 1e reductiefactor mee te gaan geven maar deed dat dus niet (B ino). Uit deze koppeling dus zoons die agaat (b inoag ) en satinetverervend waren (B ino). Dochters vanzelf alleen satinet (B ino).

Het kweekseizoen 2007 werd voor wat betreft “de experimentele satinetkweek” aangevangen met de volgende vogels die over de hieronder vermelde factoren beschikten:
1. Zwartwitrecessief man split voor opgebleekt satinet (moeder), split voor bruin (vader) en door de (mogelijke) crossing over van agaat x bruin ook mogelijk split isabel. Ik schrijf mogelijk omdat ik er nog niet van overtuigd was dat Juffrouw Satinet (alhoewel ze wel uit agaat was gekweekt) daadwerkelijk agaat mee kon geven in haar nakweek. En omdat moeder witdominant was konden er ook nog dominant witte nakomelingen verwacht worden.
2. Zwartwitdominant man, split voor opgebleekt satinet (moeder) en mogelijk split voor witrecessief (moeder was witrecessief verervend).
3. Juffrouw Satinet, opgebleekt satinet dus, split voor witrecessief.
4. Satinetwitrecessief pop.
5. Bruingeel schimmel pop.
6. Isabelgeel intensief pop.
7. Zwartwitdominant pop.

Koppeling I
Man 1 x Pop 6 gaf drie jongen: 1 agaatgeel intensief pop
(Zwartwitrec x Isabelgeel)        1 agaatgeel schimmel man
                                                  1 isabelgeel schimmel man

Koppeling II
Man 1 x Pop 4 gaf drie jongen:    1 isabelwitrecessief man, satinet verervend
(zwartwitrec x Satinetwitrec)       1 bruinwitrecessief man, satinet verervend
                                                     1 agaatwitdominant man, satinet verervend
Frappant detail: 5 van de 6 jongen zijn zoons, geen enkele zwarte en geen enkele satinet (man of pop) geboren. Wel duidelijk is dus dat de vader behalve bruin, ook agaat (en dus ook isabel) verervend was.

Koppeling III
Man 2 x Pop 7 gaf drie jongen:   1 agaatwitdominant
(Zwartwitdom x Zwartwitdom)    1 zwartwitdominant pop
                                                    1 zwartwitdominant man
Uit deze paring (zwart –opgebleekt satinet verervend- x zwart) zou normaliter geen agaat geboren kunnen worden. De enige “logische” mogelijkheden waren zwarte dochters of opgebleekte satinet dochters en zoons die zuiver verervend zwart of zwart en opgebleekt satinet verervend zijn.

Koppeling IV
Man 2 x Pop 5 gaf één jong:        1 agaatwitdominant
(Zwartwitdom x bruingeelsch)
Voor deze koppeling geldt min of meer hetzelfde, alleen een zwarte (zoon-dochter) of opgebleekte satinet dochter was “logisch” geweest.

Koppeling V
Man 2 x Pop 3 gaf één jong:       1 opgebleekt satinet
(Zwartwdom x Juffrouw Satinet) (dit jong overleed op de leeftijd van 31 dagen omdat hij/zij zeer slecht zelfstandig werd.)

Opgemerkt dient te worden dat in hetzelfde kweekseizoen 2007 Jean Kenens ook agaatjongen kweekte uit dezelfde soort paringen. Jean schijnt ook een opgebleekte satinet op stok te hebben gekregen, maar dat kan ik helaas niet meer verifiëren.



                               Agaatwit, isabelwit en              Opgebleekt satinet 18 dagen.
                                opgebleekt satinet.

Aangezien ik er vanuit ging dat de jonge agaten uit koppelingen III en IV via de mogelijk aanwezige agaatfactor van de opgebleekte satinet alleen poppen konden zijn, heb ik ze al snel naar de opkoper gebracht (duidelijk is duidelijk en ruimte is ruimte). Mede omdat ik tijdens een lezing van Kop in Bennekom een gesprekje met hem had over dit onderwerp. Voorzover ik begreep was hij ook van mening dat het alleen poppen konden zijn én dat die agaat waren geworden door een intermediaire werking van de satinetfactor. Gelukkig zat ook Jean bij de verhandeling van Kop en óók gelukkig was ik niet de enige die er op dat moment niet veel van begreep. Intermediair? Zo’n factor? Achteraf zijn er wel wat andere mogelijkheden en dan had ik de agaten nog wel wat langer kunnen houden om te zien of het misschien wel mannen waren. Want wat is ook een mogelijkheid? Anders, of toch intermediair?

Zwart, opgebleekt satinet verervend x zwart
b+ Ino+ x b+ Ino+
b+ ino

Logische uitslagen zouden zijn:

Zoon b+ Ino+ Zwart homozygoot
         b+ Ino+

Zoon b+ Ino+ Zwart, opgebleekt satinet verervend.
         b+ ino

Dochter b+ Ino+ Zwart

Dochter b+ ino Opgebleekt satinet.

Echter, er kwamen ook agaten uit deze koppelingen III en IV.

Mogelijkheid 1
Indachtig de opmerking van Kop over een intermediaire werking heb ik daar toch weer enkele keren een pijl op los gelaten. Stel nu eens voor; op één gen zijn drie allelen actief. De wildkleur (Ino+), de agaat (inoag) en de satinet (ino). We brengen in een koppeling de twee uitersten bijeen (Ino+ en ino). Doordat we in de zwartreeks aan het werk zijn (koppelingen 3 en 4) is de druk van de eumelanine zo hoog dat de werking van de satinetfactor het moeilijk heeft (het is maar een hypothese). Een samensmelting tussen wildkleur en de satinetfactor vind plaats en de agaat is geboren (inoag is het midden tussen Ino+ en ino). Achteraf was het (misschien-denk ik-) dus nog niet zeker geweest dat de agaat een pop was. Wellicht had het wel een zuiververervende agaatman kunnen zijn (Ino+ x ino smelt samen tot inoag, dat zou dan op het ene Z chromosoom van de dochter maar dan ook op beide Z chromosomen van de zoon gebeurd kunnen zijn).
Een extra reden (bedacht ik me later) voor een soort intermediaire werking is dat deze agaten in eerste instantie satinetten leken qua oogkleur. Net als satinetten en topazen hadden zij op jonge leeftijd van die doorzichtige “glazen” ogen. Bij topazen is dat met een paar dagen weg, bij satinetten blijft het. Bij deze agaten is het zeker tot een dag of 10-15 zichtbaar gebleven. De isabelwitman uit koppeling 2 had op 3 weken nog rode ogen. Toen ik ter controle het nestje met die vogel van drie weken oud buiten in het daglicht hield en aan m’n vrouw liet zien zei ze direct zonder dat ik het vroeg dat die vogel rode ogen had.

Waarom we in de bruineumelaninereeks nooit een isabel kweken uit een bruine man satinet verervend x een bruine pop weet ik ook niet (ik weet ook niet of dat nooit zou kunnen gebeuren, zo vaak zal een satinetkweker geen satinet verervende man aan een klassieke pop paren). De enige verklaringen die ik zou kunnen geven is dat in de bruineumelaninereeksen de eumelanine al voldoende is gereduceerd, om deze intermediaire verbinding (samensmelting) niet meer te laten plaatsvinden. Een tweede verklaring zou kunnen zijn dat we in de zwartreeks nog zo dicht bij de wildkleur zitten dat deze sterk genoeg is om niet volledig toe te geven aan de satinet. In principe zou dus op deze manier ook de agaat kunnen zijn ontstaan.
Begin vorige eeuw schreef Noorduyn namelijk al over inferieure roodogige vogels, terwijl de satinet en ino officieel pas in de jaren ’60 werden “ontdekt”.

Bij de kanarie is, als we de boeken hierover raadplegen, het omgekeerde het geval; eerst zou de agaat zijn ontstaan en veel later pas de satinet. Dit is echter een ongebruikelijke volgorde omdat van de geslachtsgebonden ino-factor bekend is dat deze een vrij hoge mutatiesnelheid heeft hetgeen wordt bewezen door de zeer vele mutanten die bij heel veel in gevangenschap gehouden vogelsoorten zijn ontstaan. Het is wel degelijk mogelijk dat de satinet al veel eerder bestond maar niet als zodanig werd herkend of vanwege de kleur werd uitgeselecteerd.
(Albinisme bij kanaries, Mutavi/Inte Onsman).

Of in dit geval de kip of het ei er eerder was weet ik niet, daar ga ik niet over. Wel interessant om eens te overdenken en zo mogelijk wat te experimenteren.

Mogelijkheid 2
Zoals we in koppelingen 1 en 2 hebben kunnen zien zijn ook daar agaten (en isabel) ontstaan. In koppeling 1 nog te verklaren door het inbrengen van de inoag factor van de isabelpop. In koppeling 2 (satinetpop) is de inoag ook door de pop niet ingebracht. Bij deze koppelingen was de druk van de zwarte eumelanine helemaal niet zo hoog. Dit zou betekenen dat man1 de eerste reductiefactor van z’n moeder moet hebben mee gekregen. Alhoewel Juffrouw Satinet in formulevorm (b+ ino) de 1e reductiefactor (inoag) niet in zich herbergt geeft ze die dus wel mee aan haar zoons.

Op moment van schrijven (voorjaar 2008) heb ik geen satinetten meer op m’n hok. Herfst 2007 zijn m’n laatste satinetexperiment vogels naar Jean Kenens vertrokken. Helaas is Jean getroffen door een herseninfarct en zal waarschijnlijk niet meer terugkeren in onze mooie vogelsport. Een groot deel van zijn wat meer speciale vogelcollectie is door zich “liefhebbers” noemende lieden op onverwacht moment uit zijn hokken gestolen. Misschien komen we op enig moment nog wat nakweek op de shows tegen, zodat deze liefhebbers zichzelf zullen ontmaskeren. Hoe lafhartig is het om iemand die zoveel voor onze vogelsport heeft betekend en op ongelooflijk trieste manier in zijn gezondheid is getroffen te bestelen.

Wel heb ik van Désiré Noël vorig najaar een “nieuwe”agaatsatinetpop gekregen. Tegen de kweek begon ze echter te fluiten. Ongetwijfeld geen Juffrouw Satinet dus en voor deze vogel heb ik van Jan Roes een bruine splitphaeo pop over kunnen nemen. Inmiddels met als resultaat 3 jongen waarvan 1 roodoog.

Mocht u dus ooit eens een roodoog uit uw agaten kweken dan weet u wat u er mee kan experimenteren. De opgebleekte satinet met bestreping proberen te kweken?

Rob Kristel.

Reacties
SATINET WAT DE KLOK SLAAT
Geschreven door Antoni Hopmann op 2008-03-30 15:57:33
Hallo Rob! 
Fijn dit uitgebreide artikel van jouw hand te lezen. 
Destijds was die satinet natuurlijk weer 
zo'n fenomeen waarover men niet uitgesproken raakte. 
En terecht want alle geheimen inzake vererving zijn tot op heden nog niet prijs gegeven. 
Dat experimentele waar ook jij toch steeds mee bezig bent,is echt interessant en 
een van de leuke zaken van het kweken met kleurkanaries. 
Uiteraard veel succes toegewenst met je verdere speurtocht naar de geheimen van de vererving van de satinetfactor. 
Vr.groeten van 
ANTONI
satinet
Geschreven door didier op 2008-11-25 11:14:44
Beste Rob,proficiat dat je nog altijd de tijd hebt om door te gaan met birdweb.Wat betreft de satinetten is er voor mij maar één kweker die deze mutant 
door en door kent en je weet wel wie dat is.Ben blij dat ik terug kan vertoefen in kanarieland.Groeten Didier Van Isterdael

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven.
Log in of registreer.

Powered by AkoComment 2.0!

< Vorige   Volgende >
Advertisement