H. Meijer Groothandel Import Diervoeders en Benodigdheden
 
Menu
Home
Artikelen
Forum
Agenda
Links
Gastenboek
Zoeken
Contact
Login
Gebruiker

Wachtwoord

Herken mij
Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak een account aan

Maximale citroenfactor bij zwartgeel, zin of onzin? (Deel 2). PDF Print E-mail
Kleurkanaries
Geschreven door Administrator   
maandag, 10 december 2007
Maximale citroenfactor bij zwartgeel, zin of onzin? (Deel 2).


Zwartgeel jong.

2. Kleurbeïnvloedbare factoren:

De intensief-, schimmelfactor
Een intensieve kanarie is per definitie een vogel met een grote kleurintensiteit en een passende, vrij korte en goed gesloten bevedering. Daar groene wedstrijdvogels hier meestal intensieve types zijn en schimmels veel minder aan bod komen, gaan we ons verder beperken tot eerst genoemde.
Wanneer kunnen we spreken van een optimale intensiviteit? Moeilijk om daar achter te komen lijkt dat niet, eerder veel moeilijker om te verwezenlijken.
Daartoe twee hoofdvereisten: eerstens de kleur die egaal zuiver dubbelgeel (goudgeel) moet zijn ZONDER ook maar enige vorm van schimmel (meligheid). Dewelke zich vnl. eerst uit in en rond de nekstreek. En dan is er nog vereiste twee: heel close met de eerste verbonden, de juiste bevederingslengte, zeker even voornaam want één lukt niet zonder twee en omgekeerd. D.w.z., niet te kort omdat dan de gele tint wel eens te warm kan oplopen, maar ook niet te lang want dat leidt ontegensprekelijk tot schimmelsporen en ongepigmenteerde bleke veertoppen.


Zwartgeelschimmel.

De klassieke blauwfactor:

Komen we nu echt tot de “clou” van de zaak, nl. die eigenschap of factor waar het er bij de vogels behorende tot de zwartreeks voornamelijk om te doen is, de klassieke blauwfactor, citroenfactor of ook kortweg blauwstructuur. Vroeger dacht men dat deze een gevolg was van een mutatie in de bevederingsstructuur . Een stelling die ondertussen is herzien, omdat men er achter is gekomen dat wilde kanaries reeds van oudsher over een “middelmatige” blauwstructuur beschikten, die dan eerst later door selectieve kweek is ontwikkeld tot waarden gaande van omzeggens nul zoals we die nu kunnen zien bij onze beste bruine schimmelpoppen tot sterk, zoals bij de hedendaagse toppers uit de zwartreeks.
De citroenfactor is algemeen sterker aanwezig bij mannen dan bij poppen, wat tevens verklaart waarom laatstgenoemde meestal bruiner zijn en matter van tint. Hij treedt slechts op na de eerste rui (jeugdrui) en situeert zich hoofdzakelijk in de baardtoppen van de contourveren. Hierbij moet men weten dat die baardtopjes in tegenstelling tot kanaries zonder blauwstructuur niet hol (= ledig) zijn, maar vol, gevuld met een fijn korrelige keratinestructuur (nagelstof). Die, zoals we verder zullen zien, precies daardoor de eigenschap bekomt om vooral blauwe lichtstralen uit het lichtspectrum te bevoordelen. Op ongeveer dezelfde wijze zoals bijvoorbeeld ook de blauwe tint in het heelal tot stand komt.
Veren ontwikkelen zich uit veerpapillen in de huid en in de groeiende veren zit net zoals in onze eigen beenderen merg, veermerg, dat in eerste instantie zorgt voor de voeding van de groeiende veer, maar tezelfdertijd ook, en dat is voor ons van meer belang, binnenin het transport verzekert van de verschillende kleurstoffen die er moeten in worden afgezet.
Eenmaal de veer volgroeid, trekt het veermerg zich terug, alleen nog de holle omhulsels van de verlaten mergcellen in de veeras en baarden, achterlatend. Dit wordt ons duidelijker wanneer we de schachten van bvb een grote kippenveer opensnijden en hetzelfde, maar dan wel veel duidelijker, te zien krijgen.
Bij kanaries met weinig of geen blauwstructuur zijn de holle baardtoppen van groeiende contourveertjes met merg gevuld, waardoor de respectievelijke kleurstoffen, vooral bruine phaeomelanine en vetstof, er ongehinderd tot in de toppen kunnen doordringen. Bij kanaries echter met blauwstructuur kan dat dus niet omdat in dit geval de baardtoppen, zoals reeds aangehaald, over een bepaalde lengte versperd zijn, met gevolg dat:

1. De bruine phaeomelanine, het phaeobruin zeg maar, alsook de gele vetstofkleur, die beide in normale omstandigheden in grootste mate in die baardtoppen voorkomen, van dat blauwfactorfenomeen de grootste hinder ondervinden en zodoende het meest worden verzwakt. Een te sterke citroenfactor kan dus op die manier massa’s phaeobruin uit de bevedering verdrijven en tezelfdertijd ook de gele grondkleur (vetstofkleur) een aanzienlijk lichtere tint bezorgen.
2. Door hun afwijkende structuur zullen die massieve baardtopjes blauwe lichtstralen “bevoordelen”. Daartoe worden hoofdzakelijk de blauwe stralen van het invallend licht door de fijnkorrelige structuur opgenomen en er als het ware versterkt. Waarom nu alleen de blauwe lichtstralen worden bevoordeeld en bvb niet de rode, komt gewoon door het feit dat de open ruimtes tussen de keratinekorreltjes in, qua grootte overeenstemmen, in resonantie zijn met de afmeting van de golflengte van de blauwe lichtgolven in nanometer (= 10-9 meter). Op zich is dat verschijnsel echt niet zo bijzonder als het in eerste instantie lijkt te zijn, want ook bij radio en TV, waarbij men ook te maken heeft met elektromagnetische golven, doet zich ongeveer hetzelfde voor. Ook daar moet om uitsluitend één bepaalde zender te kunnen ontvangen, het toestel ook op die bepaalde golflengte van de zender zijn afgestemd. Selectiviteit noem men dat.
3. Kanaries met sterke blauwstructuur vertonen als gevolg van die vele “plastiekachtige” baardtopjes duidelijk meer glans in hun bevedering, mannen van nature uit veel meer dan poppen. Waarbij hun tekening een nog zwartere (optische!) indruk bekomt. Ook al omdat tezelfdertijd het omliggende ervan, de contouren, omwille het beduidende verlies aan phaeobruin en vetstof, verbleken.


               Italiaans type                    Citroenfactor te sterk         Optimale citroenfactor
          Te zware bestreping             Tussenliggend te bleek         Optimale tussentint
           Tussentint te bleek               Contrast nog té groot           Optimaal contrast

De klassieke blauwfactoruiting steunt dus eigenlijk voor een groot deel op puur optisch gezichtsbedrog, waarvan nog wel eens volledig ten onrechte werd en nog steeds wordt gedacht dat die “schijnbare” verdonkering van de tekening een rechtstreeks gevolg zou zijn van rechtstreekse omzetting van bruine phaeomelanine in zwarte eumelanine. Wat natuurlijk totaal onmogelijk is, ook al omdat beide melanine soorten totaal verschillende structuren bezitten en eens gevormd, ze die ook zo behouden.
Een vergelijkbaar optisch effect doet zich ten andere voor wanneer we bijvoorbeeld een of ander donker mat voorwerp zouden bedekken met een fijn laagje mica of plastiek. Ook dat zal bij voldoende lichtinval optisch verdonkeren en meer gaan blinken!
Bij kanaries met sterke blauwstructuur moet men nu ook niet gaan veronderstellen dat alle contourveerbaardjes blauwstructuur in hun topjes bezitten, wat natuurlijk niet zo is en ook niet kan. Want u zult begrijpen, moest dat het geval zijn, er na de jeugdrui, wanneer de factor tot uiting komt, er van de gele vetstof en vnl. het phaeobruin niet veel meer zou overblijven. Naast eentje met blauwstructuur kan gerust eentje zitten zonder, en hoeveel dat er dit uiteindelijk zijn, zal ook wel weer van de sterkte van de factor afhangen.


Zwartgeel intensief.

Samengevat:
MAXIMUM-PIGMENT BIJ TOPGROENE BEKOMT MEN SLECHTS WANNEER DE JUISTE HOEVEELHEDEN ZWART, BRUIN, GEEL EN BLAUW IN OPTIMALE MATE IN DE VOGEL VERENIGD ZIJN. HET IS DAARBIJ VOORAL DE COMBINATIE VAN GEEL EN BLAUW (STRUCTUUR) WAT LOGISCHERWIJZE VOOR DE GROENE TINT ZORGT.
Verder wil ik hier nog eens duidelijk stellen dat, naast een zo zwart mogelijke bestreping, ook het tussenliggende zo donkergroen mogelijk moet aandoen, en NIET “helder”, zoals het vooral de laatste tijd in meerdere Belgische en Nederlandse publicaties voor verwarring zorgt bij de liefhebbers van vooral groen, brons en blauw.
“Men vraagt geen vetstofvogels, wit, geel of rood met zwarte strepen”, zoals de Heer F.Vanhauwermeiren, Voorzitter van de Techn. Com. Kleurkanaries van onze zustervereniging laconiek opmerkte in het Geelse VvNK-blad van september 2002. Stelling, die ook door onze federatie, de KBOF, wordt gedeeld en waar ik mij persoonlijk kan in terugvinden.

Ziezo, beste sportvrienden, ik denk hiermee mijn voorafgaande stelling afdoende te hebben toegelicht en bewezen … en moest U mij, ondanks alles, toch nog niet geloven, lees dan nog even verder. Er volgt namelijk nog een veel duidelijker bewijs dat aantoont dat een sterke citroenfactor bij kanaries uit de zwartreeks zeker niet te veel phaeobruin aan hun bevedering mag onttrekken. En dit bewijs ligt eigenlijk zo voor het grijpen … Bekijk nl. eens goed de “Zuiderse”, vooral dan de Italiaanse groenen. Het eerst wat opvalt is dat hun bestreping heel donker is en voldoende lang en breed conform de nieuwe COM-norm, of zelfs nog meer dan dat. Maar … wat tezelfdertijd meestal nog meer opvalt zijn de veel te lichte, vrijwel ongemelaniseerde, omzeggens vetstofkleurige contouren, de ruimtes tussen en rond de bestreping, te wijten aan wat ik al jarenlang vermoed, nl. dat het merendeel van deze vogels geen raszuivere kanaries zijn, maar eerder kruisingen met een of andere cini of edelzangersoort, allemaal vogels zonder enige phaeobruin in hun bevedering.
DNA-vergelijk met dit van de (zuivere) kanarierassen zoals Harzers of Waterslagers zou dat eventueel kunnen uitwijzen. Vandaar dan ook, en daarmee wil ik tevens eindigen, waarom ik denk dat het in de nabije toekomst nog wel eens moeilijker zou kunnen worden dan men nu nog denkt om via deze vogels aan de nieuwe COM-eisen qua MAXIMIM-pigment te voldoen. Zelfs een “geslaagd huwelijk” tussen noordelijke en zuidelijke zwarte is, lijkt mij nog niet voor morgen, ook al blijft het natuurlijk een grote uitdaging.
MAAR OOIT IS MEN ER IN GESLAAGD OM MET STERK DOORGEDREVEN SELECTIE TOT HEEL FIJN ONDERBROKEN PIGMENT TE KOMEN. WAAROM ZOU HET DAN NIET MOGELIJK ZIJN MET ONZE EIGEN GROENE VIA DEZELFDE WEG HET OMGEKEERDE TE BEREIKEN? HET ZAL ONGETWIJFELD OOK ZIJN TIJD VERGEN, MAAR HET MOET KUNNEN!


Zwartgeel jong.

 
Jaques Beliën,
Keurmeester KBOF

Reacties

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven.
Log in of registreer.

Powered by AkoComment 2.0!

< Vorige   Volgende >
Advertisement