|
|
|
Broeden met kanariepietjes. |
|
|
|
|
Geschreven door Administrator
|
|
woensdag, 22 december 2004 |
Het broeden met kanariepietjes.
 Je zou zeggen, daar weten we het fijne wel van. In de praktijk blijkt dat hier en daar nog wel eens tegen te vallen. De meeste onder ons kweken al jaren kleur- of postuurkanaries. Maar, gaat de kweek ook altijd precies zoals we dat wensen?
Zelf denk ik van niet en ieder jaar hoor je weer berichten dat her en der de kweek weer te wensen heeft over gelaten. Ook dit jaar weer.
Volgens mij is dat niet nodig. Aan de hand van dit artikeltje wil ik proberen uit te leggen waarom ik dat vind.
Als we aan de kweek denken hebben we al snel het beeld in ons hoofd van
de broedkooi met een nestje er in ( of aan) en gemakshalve maar even
twee vogels.
Is dat eigenlijk wel zo, begint de kweek daarmee?
Naar mijn idee niet en ik ben niet de enige die er zo over denkt.
Direct na de ruitijd begin ik al te denken over de volgende kweek. Nog
voordat er een vogel naar welke tentoonstelling dan ook geweest is.
Vrijwel altijd houd ik voor de kweek alleen poppen aan uit de eerste
ronde, domweg omdat deze vogels bij aanvang van de kweek ouder zijn.
Natuurlijk is er wel eens een uitzondering op deze regel, niemand
verklaart je voor gek als je een heel mooie pop uit de tweede ronde
aanhoudt. Maar als het verschil niet echt groot is dan kies ik voor de
pop uit de eerste ronde.
Voor mannen gaat dit nog meer op, liever een goede overjarige man dan
een uit de tweede ronde. Dat sorteren doe ik zoals gezegd na de
ruitijd, ongeveer eind augustus, begin september. Mijn vogels zijn dan
zover dat het wel te bekijken is. Hier en daar zijn er nog vogels met
wat koprui of vogels die anderszins nog niet geheel klaar zijn, maar
selecteren kan dan toch goed. Rond die tijd heb ik de vogels toch in
handen om de t.t. vogels uit te zoeken. Na enkele weken bekijk ik de
uitgezochte kweekvogels nog een keer en diegene die voor wat betreft
gezondheid door de mand vallen worden er weer uitgehaald. Mocht er
later nog een twijfelgeval voordoen dan gaat ook deze op de
transferlijst.
Rond de tweede helft van oktober haal ik de poppen uit de buitenvlucht.
Ze gaan apart in een vlucht in hetzelfde vertrek als de t.t. vogels.
Vaak haal ik de mannen een of twee weken later naar binnen omdat het
weer me dan niet meer aanstaat. Hoe zit het met het licht rond deze
tijd zult u misschien denken. Wel, in principe verleng ik de dag nu
niet. De vogels hebben licht van ong. 08.00 uur tot 17.00 uur uiterlijk
17.30 uur. Dit geldt zowel voor de kweek- als de
tentoonstellingsvogels. Zo heb je ook vrijwel nooit een t.t. vogel die
in de rui valt. Als u zich hieraan houdt en als de t.t. commissies
zorgen voor zo weinig mogelijk dagen met extra licht weet ik zeker dat
u geen vogels in de rui krijgt.
Een goed zaadmengsel, twee maal per week een bakje eivoer ( voor de
roodkwekers natuurlijk zonder roodvoer), regelmatig een badje en af en
toe een heel klein beetje groenvoer is dan voldoende. Let scherp op de
gezondheid van de vogels en zeker ook op de mest. Is de mest te waterig
stop dan even met het groenvoer. Af en toe sluip ik ’s avonds even naar
boven om te horen of er misschien een zg. smakker tussen zit. Deze
vogels vliegen er ook uit, zelf verkoop ik deze vogels ( en andere
twijfelgevallen) nooit. Ook op een vogelbeurs horen alleen kerngezonde
vogels thuis. De vogelbeurs is
uiteindelijk de uitgelezen mogelijkheid om nieuwe liefhebbers op het
juiste pad te helpen. Dit doen we niet door hen zieke of minder goede
vogels te slijten! Sorry, maar dat moest er even uit.
De tweede helft van december, ongeveer 6 weken voor ik wil gaan kweken, begin ik met het opvoeren van het licht. Twee maal per week verleng ik de dag met een half uur. Er zijn mensen die in deze tijd dan een ietsje tarwekiemolie aan het
eivoer toevoegen. Zelf deed ik dat vroeger ook, tegenwoordig niet meer.
Bij aanvang van de kweek hebben we zo'n 15 uur licht per dag nodig. Iedere week dus een uurtje erbij. Dit
hoeft echt niet precies op de vijf minuten, maar enige regelmaat kan
geen kwaad. U weet dan zelf ook nog waar u bent gebleven. Ik schrijf de veranderingen altijd even op de kalender zodat ik in geval van twijfel weet wanneer ik hoeveel tijd heb verlengd.
Na een week of vier geven we de roodfactorige kanaries weer wat rood
door het eivoer en we gaan de poppen even testen. We doen in hun vlucht
wat nestmateriaal en kijken wat ze er mee doen. De eerste keren zullen
ze er alleen maar een rommeltje van maken, maar na de vijfde week zie
je de poppen met grote “snorren” nestmateriaal druk door de vlucht
gaan. De mannen in een vlucht daarboven reageren dan al duidelijk op de
poppen en ook andersom. De mannen plaats ik altijd in de bovenste vluchten omdat ze dan dichter bij het licht zitten, zij hebben immers een groter "zetje in de rug" nodig om te kunnen bevruchten. In deze periode is de temperatuur ongeveer 15
graden. We gaan nu zorgen dat de broedkooien ( hotelkamers) geheel
gereinigd en ontsmet worden.
Tot nu smeerde ik de naadjes en nestbakjes altijd even in met U3, maar
dit spul is uit de handel genomen. Nu doe ik dat met Decimite, een product op biologische basis. Alle ouderwetse middeltjes zijn of geruime tijd al uit de handel of inmiddels gewoon op.
Zelf doe ik aan wisselbroed, wat betekent dat een man meerdere poppen
krijgt. De poppen worden in de broedkooien gestopt nadat ik de
nageltjes heb geknipt. Eventuele overtollige bevedering rond de
aarsstreek wordt verwijderd, ook wordt zonodig de bovensnavel even
bijgeknipt. De vogels behandel ik ook nog met een druppeltje in de nek
tegen bloedluis en vogelmijt. Alle mogelijke ongedierte waar we de vogels vóór de
kweekperiode vanaf helpen, geven ze ook niet door aan de jongen. Als we
de vluchten (en stokken!) in de tussenliggende periode goed schoon
hebben gehouden en de vogels inderdaad regelmatig hebben laten badderen
hoeven we geen pootjes of bevedering schoon te maken. Een gezonde vogel
zal in een schoon hok altijd schoon zijn. Houdt de vluchten alleen wel
zo droog mogelijk.
De poppen die het meest broedrijp zijn krijgen nu een man en we kijken
op ons gemak hoe de vogels op elkaar reageren. Mocht het tot een
echtelijke twist komen dan niet meteen de man weghalen. Loopt het de
spuigaten uit dan zetten we de man bij een andere pop. Later proberen
we het nog een keer met de door ons gewenste combinatie. Het wil nog
wel eens helpen door de man ’s avonds bij schemering bij de onwillige
pop te plaatsen. Als de vogels ’s ochtends wakker worden bij elkaar
zijn de problemen al vaak een stuk minder. Of de vogels veel ruzie
maken kunt u controleren aan de hand van de bodembedekking, het ligt
dan aan de buitenkanten van de lade. Maken ze geen ruzie dan ligt het
zand, houtsnippers of houtmot netjes verspreid zoals u het er had
ingedaan.
Als het met deze combinatie echt niet gaat moet u een andere oplossing
bedenken. Bijvoorbeeld een andere man of even afwachten, misschien is
de pop er nog niet aan toe. Misschien doet de pop het wel in een andere
kooi. Een overjarige pop zet ik bijvoorbeeld altijd in dezelfde kooi
waarin ze het jaar daarvoor goed heeft gedaan.
Langzamerhand zullen steeds meer poppen een nest gaan maken, de man
wisselt dan ook iedere dag 1 of 2 keer van kooi. Na een paar dagen zal
hij er al aan gewend zijn en rustig blijven zitten als we met de hand
kalm de kooi in gaan, terwijl we rustig tegen hem praten. Tegen de tijd
dat de nesten klaar zijn moet de temperatuur opgevoerd zijn naar een
graad of 19-20. De jonge poppen krijgen dan geen legnood. Als de poppen
eenmaal, twee of drie eitjes hebben gelegd hoeft de man er niet meer
bij. De eitjes halen we iedere morgen netjes weg en leggen er een
kunsteitje voor in de plaats. Volgens mij maakt het niet veel uit of je
de eitjes bewaart op zand of zaad. Voor beide zijn evenveel voordelen
als nadelen op te noemen. Af en toe even omdraaien en altijd op de
zijkanten leggen! De dooier kan anders door het eiwit in de luchtkamer
komen, en het ei komt nooit meer uit. Als het 4e eitje gelegd is dan
geven we ze weer aan de aanstaande moeder terug. Doe dit zo mogelijk ‘s
ochtends want dan komen de eieren overdag uit.
De pop geven we tijdens het broeden nog steeds af en toe een badje, zo
zullen de eieren ook niet snel uitdrogen. We zorgen natuurlijk wel dat
de hygrometer tussen 55 en 65 staat. Eventueel kunnen we de eitjes
vanaf de tiende dag ook wat nat maken door met natte vingers een ietsje
over de eitjes te spetteren. Op de dag dat de eitjes uit moeten komen
halen we het zaad bij de pop weg en geven we haar een weinig eivoer.
Kijk of de pop de jongen niet meteen volpropt, de jongen maken dan de
dooierrest in de buik niet op. Als hiervan resten in de buik van het
jong achterblijven kan het jong na een dag of 5 sterven aan een
infectie. Na het ringen gaan we weer een beetje hard zaad geven, na de
tiende dag weer wat meer. Dit houden we zo tot de jongen uitvliegen,
dan geven we 50% zaad en 50% eivoer. Voor de jongen kunnen we het zaad
eerst kneuzen of even in de koffiemolen licht malen. Tot na de jeugdrui
horen de vogels 50% eivoer en 50% zaad te krijgen.
Let aan het einde van een kweekronde wel goed op of de pop de jongen
niet gaat plukken.
Het is natuurlijk verschrikkelijk zonde om vandaag prachtige jongen te
hebben en morgen alleen nog kale kippetjes. Zet de jongen eventueel in
een vluchtje bij een voerende man. Als een man eenmaal voert, geeft hij
ieder jong dat bedelt wel wat. Ze leren dan ook snel zelf hun kostje
bij elkaar te scharrelen. Aan het eivoer kun je nog wat geweekt
raapzaad toevoegen of van die speciale yoghurt (bio-garde) die ook goed
is voor de heel jonge vogels. De darmflora wordt er door gestimuleerd.
In de broedkooi voert u natuurlijk niet een beetje eivoer bij. Eerst de
bakjes leeggooien en dan weer nieuw er in doen. Bederf, schimmels en
andere viezigheden liggen zeker bij het eivoer op de loer. Zet ook
nooit bakjes met eten in de kooi, de vogels laten hun ontlasting er in
vallen en de jongen krijgen het weer naar binnen. Als baby mag je van
je ouders iets beter verwachten.
Des te warmer en vochtiger u het heeft in de vogelkamer, des te meer
kans op bloedluis. Controleer de nestjes regelmatig. Bloedluis is
oorzaak nummer EEN bij een slecht broedseizoen. Ik heb al zo vaak
gehoord dat men geen luisjes had terwijl het ongedierte welig tierde
bij onderzoek. U kunt hier niet scherp genoeg mee wezen. De jonge
vogels blijven, nadat ze zelfstandig zijn, apart van de oude vogels. U
zult dus de beschikking moeten hebben over twee volières. Dit doen we,
om de jongen te vrijwaren van mogelijke bacteriën, die de oude vogels
met zich meedragen.
Laat niet teveel zonlicht toe in het vogelhok, de vleugel- en
staartpennen blijven op die manier mooi doorgekleurd. Zorg voor
voldoende ventilatie. Laat de ventilator in de ruimte blazen, zodat een
overdruk in het vogelhok ontstaat. Op die manier hebben de vogels
altijd voldoende zuurstof.
U kunt uw vogels ook nog beschermen tegen Megabacterie, door éénmaal
per week, vijftien milliliter biologische appelciderazijn, aan één
liter drinkwater toe te voegen.
Veel succes!
|
Ocepou Geschreven door joke59 op 2008-02-08 20:38:55 Wat bedoeld u met een spuitje in de nek en wat voor medicijn is dit | Druppeltje in de nek Geschreven door RobK op 2008-02-08 22:49:46 Joke, Ocepou is al geruime tijd uit de handel. Niks meer van te krijgen dus. Het druppeltje in de nek (geen spuitje dus!) is een product op basis van Ivermectine. Bijvoorbeeld Parasita, Bird-Parasite enzo, leverancier is Beaphar. Zelf gebruik ik een Ivermectine product dat ik bij de gespecialiseerde dierenarts aanschaf. Groet, Rob. |
Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven. Log in of registreer. Powered by AkoComment 2.0! |
|
|
|