H. Meijer Groothandel Import Diervoeders en Benodigdheden
 
Menu
Home
Artikelen
Forum
Agenda
Links
Gastenboek
Zoeken
Contact
Login
Gebruiker

Wachtwoord

Herken mij
Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak een account aan

De rui. PDF Print E-mail
Geschreven door Administrator   
woensdag, 22 juni 2005
De rui.



Pluimen zijn onderhevig aan slijtage. Daarom moeten ze vervangen worden. Gezien het feit dat de vogel om in leven te blijven moet kunnen vliegen, zal deze vervanging moeten gebeuren zonder dat het vliegvermogen er sterke hinder van ondervindt. Vooral de vervanging van de slagpennen is in dit opzicht van groot belang. Daarom bestaat er bij de meeste vogels een erfelijk bepaald systeem van “wisseling” van pennen waarbij de ene slechts begint te schieten wanneer de andere reeds uitgestoten is of op weg is om gewisseld te worden.

Alleen sommige eendensoorten die op het water een uitwijkplaats hebben, maken hier een uitzondering op: zij verliezen hun vliegvermogen tijdens de rui. Om deze reden gaan de meeste vogels over een lange periode of het jaar door, pluimen ver nieuwen. Tijdens de eigenlijke rui wordt dan het gros van de donsveertjes, de dekveren, de staartpennen en de laatste slagpennen, gewisseld. Deze eigenlijke rui heeft in onze streken meestal plaats in de herfst: een periode waarin het voedsel overvloedig aanwezig is.



Het ruien is vooral goed bekend bij de duiven waar het een grote rol speelt in de vluchtgeschiktheid. Bij deze dieren begint het wisselen van de pennen lang voor de eigenlijke rui. Eerst wisselen de binnenste slagpennen samen met de buitenste broekpennen. Men nummert deze pennen ook in die volgorde: de slagpennen te beginnen met de binnenste, de broekpennen te beginnen met de buitenste. De wisseling gebeurt ongeveer symmetrisch maar kan door tal van factoren beïnvloedt worden: bv. door een ziekteperiode. In principe wordt telkens gedurende een kweekperiode een pen “gestoten”. Bij het schieten van de vijfde pen verminderen de vluchtprestaties dikwijls, vermoedelijk door pijn. Het vallen van de pennen kan kunstmatig uitgesteld worden door de duiven niet of minder te laten kweken in het voorjaar. Dit wordt vooral bij de weduwnaarsvliegduiven toegepast. In de herfst treedt de eigenlijke rui in. Dan worden naast de andere veren ook de staartpennen geruid: eerst de middelste, dan de 3e en 4e paren en tenslotte de 5e en 6e paren. De broekpennen dicht bij het lichaam (die men tot 10 tot 12 nummert) ruien na de 7e slagpen. Overigens ruien meestal slechts een paar broekpennen per jaar. Men kan de eigenlijke rui ook uitstellen door de duiven verder te laten kweken. De duiven stoppen met ruien wanneer de kipping naderbij komt en ze ruien niet tijdens het azen. Op deze wijze kan men nog diep in het najaar doorgaan met spelen. Men mag in het uit stellen van de rui niet overdrijven anders gaan de dieren niet uitruien. Men herkent de blinkende nieuwe veren dikwijls goed tussen de versleten oude. Niet goed uitgeruide duiven hebben een toefje oude vuile veertjes zitten t.h.v. de stuit of nog enkele oude slagpennen.

Bij kanaries valt de ruitijd rond de maanden augustus en september. Het verenkleed moet binnen de 6 tot 8 weken volledig vernieuwd zijn. Duurt het duidelijk langer dan is de toestand als abnormaal te beschouwen. Dit is een frequente klacht bij huiskamerkanaries. De oorzaak hiervoor kan men zelden vinden. Men kan de vogel een andere plaats en een andere belichting geven (een iets kortere dag?). Ook kan men de voeding veranderen door bv. krachtvoer bij te geven. Bij pluimvee weet men dat methionine e.a. S-houdende aminozuren een belangrijke rol spelen in de vorming van pluimen. Ook kan men biotine extra toedienen (bv. onder de vorm van ‘Murnil’. De jongen maken hun jeugdrui rond 8 weken door.
Parkieten en papegaaien ruien nooit volledig. Ze kunnen gedurende een tijdje vrij intensief ruien, dan stoppen, en na een wisselvallig lange periode, er terug mee doorgaan.
In de natuur bestaan er nog andere variëteiten van rui zoals pre- en postnuptiale rui. Men kent ook een merkwaardig type rui, de zgn. schrikrui, die eigenlijk een vlucht- of ontsnappingsmechanisme is. Wanneer men sommige vogels zonder dat er veel geweld gebruikt wordt, probeert vast te nemen laten ze plots een aantal pennen los: dit ziet men vooral bij kanaries en diamant duifjes. Het mechanisme van dit merkwaardig fenomeen, de pennen zitten normaal immers muurvast, is niet bekend.
De rui wordt hormonaal geregeld. Vooral het schildklierhormoon is hier van belang. Men kan de rui opwekken door dit hormoon toe te dienen (zie “Toediening van geneesmiddelen”). Aangezien vogels echter slechts in de rui gaan wanneer ze in optimale conditie zijn, kan dit leiden tot problemen de dieren kunnen te veel verzwakken of de inpluiming vertoont gebreken. Tijdens en voor de rui moeten de dieren optimaal gevoederd worden. Het metabolisme en de lichaamstemperatuur van de vogels is verhoogd tijdens die periode.

L. Devries

Reacties

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven.
Log in of registreer.

Powered by AkoComment 2.0!

< Vorige   Volgende >
Advertisement